“Dit gaat ook over joúw patiënten” – Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ

Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ

Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ

In januari 2022 verscheen de tweede druk van het boek ‘Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ’, de opvolger van de eerste druk die in 2017 verscheen. Naast de recensie van het boek (onderaan dit artikel) spraken we met twee van de auteurs, Erica Aldenkamp, GZ-psycholoog bij Poli-Plus, en Jannelien Wieland, psychiater bij Poli-Plus.

 

Interview met de auteurs

Wat is er veranderd aan dit boek ten opzichte van de eerste druk?
De structuur van het boek is hetzelfde, maar verder is er heel veel veranderd. De belangrijkste verandering is dat er in de tweede druk meer focus ligt op de groep patiënten met zwakbegaafdheid, terwijl we in de eerste druk ook de patiënten met een (lichte) verstandelijke beperking bespraken. We hebben nu voor deze focus gekozen, omdat patiënten met zwakbegaafdheid de grootste groep vormen en ook de groep die je in de reguliere GGZ als psycholoog of psychiater het meest zult tegenkomen.

Als we het hebben over terminologie: er lijkt veel verwarring te bestaan over welke term voor welke groep patiënten gebruikt wordt: zwakbegaafd, laagbegaafd, LVB, verstandelijke beperking, mensen met een laag IQ… Welke term heeft wat jullie betreft de voorkeur?
We merken dat er veel termen door elkaar gebruikt worden en ook dat sommige termen stigmatiserend zijn. Zwakbegaafdheid doet veel mensen denken aan het woord zwakzinnigheid, wat een ouderwetse term is voor verstandelijke beperking. Toch is zwakbegaafdheid de meest juiste term. Het helpt als we het gewoon hebben over de classificatie zoals die bestaat en het ongemak dat we voelen als we spreken over lage intelligentie laten varen.
Je ziet dat de term lichte verstandelijke beperking of LVB steeds vaker ook gebruikt wordt voor de groep van mensen met zwakbegaafdheid. Dit klopt niet. Deze groep is niet verstandelijk beperkt, maar heeft een wat lager dan gemiddelde intelligentie. Zwakbegaafdheid (een IQ tussen de 70 en 85) maakt deel uit van wat in de normaalverdeling van intelligentie tot de ‘normale intelligentie’ wordt gerekend.

Is er meer aandacht nodig voor zwakbegaafdheid in de opleiding tot psychiater?
Ja, maar dan niet als apart onderwerp in een “blokje zwakbegaafdheid”, maar geïntegreerd in het gehele curriculum. Als het bijvoorbeeld gaat om farmacotherapie of psychotherapie zou ook steeds de patiënt met zwakbegaafdheid aan bod moeten komen. Zie intelligentie als een vorm van diversiteit binnen je patiëntenpopulatie.

Wat kunnen jullie zeggen over medicatie bij patiënten met zwakbegaafdheid?
Dat je vooral de reguliere richtlijnen moet volgen. Waarom zou medicatie bij een patiënt met een lage intelligentie anders werken dan bij patiënten met een normale intelligentie? Er wordt wel gezegd dat mensen met zwakbegaafdheid een lagere dosering nodig hebben of eerder bijwerkingen hebben. Dat kan, maar dat hóeft niet. Stem vooral af op de individuele patiënt en doseer vooral ook niet onder. Daarnaast zien we nog wel eens dat er bij mensen met zwakbegaafdheid sneller naar medicatie wordt gegrepen, omdat psychotherapie ‘te moeilijk’ zou zijn. In dit boek laten we zien dat psychotherapie met wat kleine aanpassingen prima toepasbaar is bij mensen met een lage intelligentie.

Wat is wat jullie betreft de belangrijkste boodschap van dit boek voor psychiaters (in spe)?
De belangrijkste boodschap is dat dit ook hún patiënten zijn. Een aanzienlijk deel van de patiënten in de reguliere GGZ heeft zwakbegaafdheid. Als je je hier als psychiater van bewust bent en afstemt op de patiënt kun je deze groep gewoon behandelen volgens de reguliere richtlijnen. Niet wát je doet, maar hóe je het doet is anders. Psychiaters zijn gewend om zich aan te passen aan een patiënt. Dat is voor patiënten met zwakbegaafdheid niet anders. De term LVB heeft ervoor gezorgd dat behandelaren zich niet bekwaam voelen in het behandelen van deze patiënten, maar naar ons idee zijn behandelaren bekwamer dan ze zelf soms denken.

 

Boekrecensie

Het boek ‘Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ’ bespreekt in achtereenvolgende hoofdstukken de volgende onderwerpen: definitie en terminologie, het herkennen van zwakbegaafdheid en het afstemmen van de communicatie op deze patiëntengroep, de diagnostiek, de eventuele aanpassingen die nodig zijn in behandeling, zwakbegaafdheid in de acute psychiatrie en de organisatie van zorg voor mensen met een laag IQ.
De hoofdstukken zijn prettig leesbaar met korte paragrafen, subparagrafen en blokjes waarin steeds een aantal kernpunten van het hoofdstukken worden aangewezen. De vele casusbeschrijvingen maken het boek afwisselend. De casus zorgen daarnaast voor herkenbaarheid: de beschreven problematiek doet je direct aan een aantal van je eigen patiënten denken.

Er staan in het boek veel praktische tips, die logisch klinken als je ze leest, maar waar je in het dagelijks werk misschien niet aan denkt. Bijvoorbeeld: als je patiënt lang moet nadenken over een vraag, ben je vaak geneigd om de vraag op een andere manier te stellen, waardoor de patiënt over twéé vragen moet nadenken. Het is beter om iemand even de tijd te geven en eventueel de eerste vraag te herhalen en uit te leggen. Een ander voorbeeld: weet een patiënt eigenlijk wel wat er bedoeld wordt met medicatie-inname om ‘17.00u’ of is het beter om dit op te schrijven als ‘5 uur ’s middags’? Weet een patiënt bij het invullen van een vragenlijst wat woorden als ‘tamelijk veel’ of ‘zelden’ betekenen?

Bewustwording van het vóórkomen van zwakbegaafdheid in de reguliere GGZ en van manieren waarop je de zorg voor deze patiëntengroep kan verbeteren, waren volgens de auteurs de belangrijkste boodschappen van dit boek. Hierin lijkt het boek goed geslaagd. Tips als ‘neem de tijd’ en ‘ga na of een patiënt je goed begrijpt’ klinken als open deuren en zijn dat misschien deels ook wel. Dat lijkt echter ook precies de boodschap van dit boek: het is geen hogere wiskunde, juist met een slechts een paar kleine aanpassingen kun je patiënten met een laag IQ prima in de reguliere GGZ behandelen.

 

Referentie:
Behandeling van patienten met een laag IQ in de GGZ
Jannelien Wieland Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink
Bohn Stafleu van Loghum
ISBN: 9789036827225
215 pag.

De auteur

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang wekelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!