Waarom dit onderzoek?
Voorkomen is vaak beter dan genezen. Bipolaire stoornissen worden doorgaans laat onderkend, gemiddeld zo’n zes jaar na de eerste stemmingsepisode (1). Beschikbare kennis over voorstadia van bipolaire stoornissen is beperkt. Dit bemoeilijkt vroegdiagnostiek en het ontwikkelen van preventieve interventies.
De “Dutch Bipolar Offspring Study” (DBOS) volgt sinds 1997 een cohort met 140 Nederlandse kinderen van ouders met een bipolaire 1 of 2 stoornis. Door familiaire belasting en door de impact van de bipolaire stoornis op het gezin hebben deze kinderen een verhoogd risico om zelf een bipolaire stoornis te ontwikkelen, maar ook op andere psychopathologie. Meetmomenten na 1, 5 en 12 jaar gaven inzicht in het ontwikkelingstraject van bipolaire stoornissen bij de deelnemers: doorgaans bestonden op kinderleeftijd angst- gedrags- en slaapproblemen, gevolgd door depressieve symptomen en subklinische manische symptomen. Op gemiddeld 28 jarige leeftijd had 11-13% een bipolaire stoornis ontwikkeld (2).
De huidige paper beschrijft de resultaten van een nieuw meetmoment, 22 jaar na aanvang van de studie. De deelnemers zijn dan gemiddeld 38 jaar oud. Het is de eerste cohortstudie die kinderen van ouders met een bipolaire stoornis volgt tot ruim in de dertig.
Onderzoeksvraag
Wat is het risico op bipolaire stoornissen en andere psychopathologie bij kinderen van ouders met een bipolaire stoornis die 22 jaar gevolgd worden, vanaf de adolescentie totdat zij in de dertig zijn? En hoe functioneren zij?
Hoe werd dit onderzocht?
De deelnemers en hun ouders werden destijds geselecteerd via patiëntenvereniging Plusminus en via poliklinieken gespecialiseerd in bipolaire stoornissen.
Psychopathologie werd conform eerdere meetmomenten vastgesteld middels een semigestructureerd interview voor DSM-IV as-1-stoornissen (SCID 1). De interviews werden afgenomen door getrainde masterstudenten en psychologen en DSM-IV stoornissen werden vastgesteld in overleg met een psychiater en een GZ-psycholoog. Functioneren werd onderzocht aan de hand van GAF scores, inkomen en familiesamenstelling.
Het voorkomen van psychopathologie bij de deelnemers werd beschreven door middel van percentages. Verschillen in tussen de oorspronkelijke en huidige onderzoeksgroep werden onderzocht met chi-kwadraat toetsen en t-toetsen, evenals verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke deelnemers.
Belangrijkste resultaten
100 deelnemers voltooiden het meetmoment 22 jaar na de start van de studie; 71% van de oorspronkelijke groep. Demografische eigenschappen van de huidige onderzoeksgroep verschilden niet significant van de oorspronkelijke groep.
Er waren geen nieuwe gevallen van bipolaire stoornissen. Het percentage deelnemers met een doorgemaakte depressieve stoornis verdubbelde echter van 17% naar 36%. Van hen had 39% een recidiverende depressie. In totaal was 65% van de deelnemers bekend met een stemmingsstoornis, vaak (75%) met comorbiditeit.
De meeste deelnemers hadden een betaalde baan (92%), bovenmodaal gezinsinkomen (86%), partner (91%) en kinderen (76%). De gemiddelde GAF score in de beste week van het afgelopen jaar was 85 en in de slechtste 70. Geconcludeerd kan worden dat de deelnemers bovengemiddeld goed functioneerden.
Hoe verklaren de onderzoekers deze resultaten?
De resultaten suggereren dat een familiair bepaald verhoogd risico op bipolaire stoornissen leeftijdsgebonden is: deze kwetsbaarheid manifesteert zich voornamelijk vóór de leeftijd van dertig jaar. Boven de dertig worden geen nieuwe bipolaire stoornissen meer vastgesteld, maar bestaat wel een hoog risico op depressies en andere psychopathologie.
Eerder onderzoek wijst uit dat zo’n 20% van de bipolaire stoornissen pas ná de leeftijd van dertig ontstaat: er worden drie pieken beschreven namelijk bij 17 jaar (45%), 26 jaar (35%) en 42 jaar (20%) (3). Mogelijk leidt familiaire belasting in de eerste graad tot een jongere beginleeftijd van de bipolaire stoornis, een verband dat langer wordt verondersteld (4). Er zijn in de huidige studie echter heel wat dertigers met depressie, een andere belangrijke risicofactor voor bipolaire stoornissen. Zij zouden later in hun leven alsnog transitie naar een bipolaire stoornis kunnen doormaken. Het lijkt daarom te vroeg om te concluderen dat er boven de dertig helemaal geen risico op bipolaire stoornissen meer is.
Om het relatieve risico op psychopathologie in de DBOS-groep in te schatten werd een vergelijking gemaakt met een referentiepopulatie uit NEMESIS-3, een cohortonderzoek in de Nederlandse algemene bevolking. Vergeleken met 1003 Nederlanders in de leeftijdsgroep 35-44 jaar, hadden DBOS -deelnemers driemaal zo vaak een bipolaire stoornis, 1,3 keer zo vaak een depressieve stoornis en 2,1 keer zo vaak enige vorm van een stemmingsstoornis (5).
Wat zijn de belangrijkste beperkingen van dit onderzoek?
Een selectiebias kan verondersteld worden op basis van de inclusiemethode: de ouders van de deelnemers waren allen in behandeling voor hun bipolaire stoornis en waren relatief hoog opgeleid. Dit draagt vermoedelijk bij aan het hoge functioneren van de deelnemers. Een ander risico op selectiebias ontstaat doordat 29% van de oorspronkelijke onderzoeksgroep uitgevallen is na 22 jaar.
Deelname aan de studie kan een beschermende functie hebben gehad omdat de deelnemers zich bewust waren van hun verhoogde risico op psychopathologie.
Wat betekenen de resultaten voor de praktijk?
Kennis van de ontstaanswijze en het beloop van psychiatrische stoornissen is van fundamentele waarde om preventieve interventies te kunnen richten op mensen die er ook daadwerkelijk van profiteren. Op grond van de huidige studie zou dit kunnen betekenen dat, wanneer sprake is van familiaire belasting, preventie zich vanaf kinderleeftijd moet richten op vroegsignalering van bipolaire stoornissen en vanaf de leeftijd van dertig meer op depressie. Het hoge risico op enige stemmingsstoornis (65%) pleit voor extra alertheid bij deze kinderen en laagdrempelig inzetten van preventieve interventies zoals psycho-educatie, vroegdiagnostiek en deelname aan een KOPP/KOV groep.
Het is een geruststellende gedachte dat de kans op het ontwikkelen van een manie met de jaren ook weer kan afnemen. Zo heeft dertig worden ook voordelen.
Tot slot, een nieuwsgierige vraag. 71% van de deelnemers bleef maar liefst 22 jaar betrokken bij de studie. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Ik vroeg het aan Prof. dr. Manon Hillegers. Zij noemt een aantal belangrijke factoren:
- Continuïteit van onderzoekers: Manon Hillegers was zelf als promovendus al bij de werving betrokken en heeft het cohort en de gezinnen alle jaren kunnen volgen; Esther Mesman heeft de 12 jaars meting uitgevoerd als promovendus en de huidige 22 jaars meting gecoördineerd.
- Onderzoekers zijn altijd laagdrempelig beschikbaar bij vragen of zorgen.
- Regelmatig hebben huisbezoeken plaatsgevonden, hetgeen geholpen heeft bij het aangaan van een goede relatie.
- Resultaten werden altijd gedeeld door middel van nieuwbrieven, voorlichtingsavonden en het versturen van proefschriften.
- Kerstkaarten werden gestuurd en standaard kaarten voor een eventueel verhuisbericht werden aangeboden.
Besproken artikel
Helmink FGL, Mesman E, Hillegers MHJ. Beyond the Window of Risk? The Dutch Bipolar Offspring Study: 22-Year Follow-up. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 2024; : 1–9. doi: 10.1016/j.jaac.2024.05.024
Literatuur
- Dagani J, Signorini G, Nielssen O, Bani M, Pastore A, Girolamo G De, et al. Meta-analysis of the Interval between the Onset and Management of Bipolar Disorder. Can J Psychiatry 2017; 62: 247–58. doi: 10.1177/0706743716656607
- Mesman E, Nolen WA, Reichart CG, Wals M, Hillegers MHJ. The dutch bipolar offspring study: 12-year follow-up. Am J Psychiatry 2013; 170: 542–9. doi: 10.1176/appi.ajp.2012.12030401
- Bolton S, Warner J, Harriss E, Geddes J, Saunders KEA. Bipolar disorder: Trimodal age-at-onset distribution. Bipolar Disord 2021; 23: 341–56. doi: 10.1111/bdi.13016
- Post RM, Altshuler LL, Kupka R, McElroy SL, Frye MA, Rowe M, et al. Age at Onset of Bipolar Disorder Related to Parental and Grandparental Illness Burden. J Clin Psychiatry 2016; 77: e1309–15. doi: 10.4088/JCP.15m09811
- Ten Have M, Tuithof M, Van Dorsselaer S, Schouten F, De Graaf R. NEMESIS. De Psychische Gezondheid van de Nederlandse Bevolking. 2022.





