Antipsychotica & stemmingsstabilisatoren tijdens de zwangerschap: wat weten we nu?

Bij het gebruik van antipsychotica en stemmingsstabilisatoren tijdens de zwangerschap maken hulpverleners samen met de patiënt (en de partner) een risico-batenafweging: wegen de mogelijke risico’s van een medicijn voor het ongeboren kind op tegen de gevolgen van de psychiatrische aandoening (of terugval) bij de moeder? Twee factoren maken deze afweging sowieso uitdagend. Er is slechts beperkt onderzoek bij mensen naar de veiligheid van deze middelen tijdens de zwangerschap. Daarnaast zijn de gevolgen van een psychiatrische aandoening ten gevolge van het stoppen van medicatie abstracter dan bij lichamelijke aandoeningen. Als een moeder stopt met haar antihypertensiva, kan dat bijvoorbeeld direct leiden tot een groeivertraging van het ongeboren kind of een loslatende placenta. Bij een psychiatrische aandoening ligt dit ingewikkelder, maar kan het resulteren in allerlei negatieve uitkomsten voor het kind, zoals een verstoorde hechting, gedrags- en emotieregulatieproblemen (1).

 

Wang et al. (2) onderzochten wat bekend is over de veiligheid van het gebruik van antipsychotica en stemmingsstabilisatoren tijdens de zwangerschap.  Ze onderzochten hoe vaak aangeboren afwijkingen voorkwamen bij kinderen van moeders die antipsychotica en stemmingsstabilisatoren gebruikten. Dit zetten ze af tegenover een controlegroep. Dit artikel helpt bij het kiezen van het veiligste middel voor een optimale kosten-baten analyse.

 

Hoe werd dit onderzocht?

De auteurs voerden een systematische review en meta-analyse uit o.b.v. de PRISMA-richtlijn. Ze includeerden 22 studies met in totaal ruim drie miljoen zwangere vrouwen. De onderzoekers includeerden gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken, observationele en register studies die de het verband onderzochten tussen antipsychotica en/of stemmingsstabilisatoren (zowel monotherapie als polytherapie) tijdens de zwangerschap en negatieve uitkomsten. De primaire uitkomstmaat van de studie was de incidentie van aangeboren afwijkingen, en de secundaire uitkomstmaten waren vroeggeboorte en spontane abortus. De onderzoekers deden een netwerkmeta-analyse met een random-effects model.

 

Wat waren de belangrijkste resultaten?

Atypische antipsychotica

De netwerkmeta-analyse liet zien dat quetiapine, aripiprazol, olanzapine en risperidon het risico op congenitale afwijkingen licht verhogen in vergelijking met de controlegroep. Quetiapine gaf het laagste risico (OR 1.19; 95% CI 1.01–1.39), wat kan worden gezien als niet klinisch relevant gezien de onderste grens van het betrouwbaarheidsinterval nagenoeg 1 is. Na quetiapine volgde aripiprazol (OR 1.30; 95% CI 1.1–1.65), olanzapine (OR 1.33; 95% CI 1.11–1.64) en risperidon (OR 1.43; 95% CI 1.18–1.77). Dat relatief lage risico van quetiapine kan komen door de biologische beschikbaarheid tijdens de zwangerschap. De placentaire doorlaatbaarheid van quetiapine, bleek in een  andere studie (3) lager (23.8%) in vergelijking met risperidon (49.2%) en olanzapine (72.1%), waardoor de foetus minder wordt blootgesteld aan de stof. Lurasidon is nog nauwelijks onderzocht in de zwangerschap. Een recente studie (4) onderzocht 137 zwangere vrouwen die werden behandeld met lurasidon, waarbij er geen verhoogd risico optrad op grote aangeboren afwijkingen t.o.v. de placebogroep (OR 1.24, CI 0.36-4.32).

 

Klassieke antipsychotica

Uit de analyse bleek dat haldol het risico op aangeboren afwijkingen t.o.v. de controle groep niet significant verhoogde (OR 1.26, CI 0.89–1.75). Hoewel de gedocumenteerde ervaring met haloperidol niet heel hoog is, wordt dit middel in de praktijk relatief vaak gebruikt bij zwangere vrouwen.

 

Stemmingsstabilisatoren

De meta-analyse vergeleek lamotrigine, lithium, carbamazepine en valproïnezuur. De uitkomsten van lamotrigine waren vergelijkbaar als in de groep vrouwen die niet was blootgesteld aan medicatie (OR 1.21, CI 0.86–1.66). Lithium gaf daarentegen een klein verhoogd risico op congenitale afwijkingen (OR 1.66, CI 1.06–2.33). De groepsgrootte van vrouwen die carbamazepine en valproïnezuur waren te klein voor een betrouwbare analyse, alhoewel eerdere studies naar anti-epileptica aantoonden dat valproïnezuur en carbamazepine geassocieerd worden met een verhoogd risico op congenitale afwijkingen (5). Concluderend werd lamotrigine als de meest veilige stemmingsstabilisator bevonden.

 

Ingrijpmedicatie

Ook in de zwangerschap kan er sprake zijn van een (potentiële) ingrijpsituatie waarbij er moet worden nagedacht wat te doen als er geen orale medicatie kan worden gegeven. Hier gaat het artikel niet specifiek op in, maar is wel klinisch relevant. Recent maakten wij enkele van deze casussen mee. Zoals hierboven beschreven, wordt haldol als relatief veilig gezien en zal dit vaak het eerste keus middel zijn bij acute agitatie bij een (voorgeschiedenis van) psychose (6). Er moet hierbij goed worden gelet op extrapiramidale symptomen bij de pasgeborene. Daarnaast wordt in de praktijk ook wel eens lorazepam gegeven, maar moet dit met grote terughoudendheid worden gedaan gezien de potentiële risico’s voor de zwangerschap en het ongeboren kind (7), zeker in het laatste trimester (6).

 

Relevantie voor de praktijk

Dit onderzoek kan clinici helpen om een weloverwogen keuze te maken t.a.v. medicatie voor zwangere vrouwen waarbij er een indicatie is voor een antipsychoticum of stemmingsstabilisator. Hoewel sommige medicijnen, zoals quetiapine, veilig bleken tijdens de zwangerschap, is de aanbeveling van de onderzoekers nog steeds om een zo laag mogelijke dosis na te streven en per individu een kosten-baten analyse te maken.

 

Referenties

  1. Stein A, Pearson RM, Goodman SH, Rapa E, Rahman A, McCallum M, et al. Effects of perinatal mental disorders on the fetus and child. The Lancet. 2014;384(9956):1800–19. doi: 10.1016/S0140-6736(14)61277-0.
  2. Wang E, Liu Y, Wang Y, Han X, Zhou Y, Zhang L, et al. Comparative Safety of Antipsychotic Medications and Mood Stabilizers During Pregnancy: A Systematic Review and Network Meta-analysis of Congenital Malformations and Prenatal Outcomes. CNS Drugs. 2025;39(1):1–22. doi: 10.1007/s40263-024-01131-x.
  3. Daud AN, Bergman JE, Oktora MP, Kerstjens-Frederikse WS, Groen H, Bos JH, et al. Maternal use of drug substrates of placental transporters and the effect of transporter-mediated drug interactions on the risk of congenital anomalies. PLoS One. 2017;12(3):e0173530. doi: 10.1371/journal.pone.0173530.
  4. Cohen LS, Church TR, Freeman MP, Gaccione P, Caplin PS, Kobylski LA, et al. Reproductive Safety of Lurasidone and Quetiapine: Update from the National Pregnancy Registry for Psychiatric Medications. J Womens Health. 2023;32(4):452–62. doi: 10.1089/jwh.2022.0310.
  5. Bromley R, Adab N, Bluett-Duncan M, Clayton-Smith J, Christensen J, Edwards K, et al. Monotherapy treatment of epilepsy in pregnancy: congenital malformation outcomes in the child. Cochrane Database Syst Rev. 2023;8(8):Cd010224. doi: 10.1002/14651858.CD010224.pub2.
  6. Gartenberg A, Levine K, Petrie A. Emergency department management of acute agitation in the reproductive age female and pregnancy. World J Emerg Med. 2024;15(2):83–90. doi: 10.5847/wjem.j.1920-8642.2024.011.
  7. Grigoriadis S, Alibrahim A, Mansfield JK, Sullovey A, Robinson GE. Hypnotic benzodiazepine receptor agonist exposure during pregnancy and the risk of congenital malformations and other adverse pregnancy outcomes: A systematic review and meta-analysis. Acta Psychiatr Scand. 2022;146(4):312–24. doi: 10.1111/acps.13441.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!