Andere taal, slechtere zorg? Resultaten van een pilot-enquête naar het gebruik van tolken in de GGZ

a pile of plastic letters and numbers on a pink and blue background

“Zoon vertaalde, dus ik heb het maar niet over seksuele bijwerkingen gehad.”

“Beperkte anamnese in verband met taalbarrière.”

“Als ze geen Nederlands spreekt, moet ze maar naar een interculturele GGZ.”

 

Afgelopen september schreven wij een artikel over de kwaliteit van zorg voor anderstaligen in de GGZ naar aanleiding van verontrustende resultaten van een Canadese studie. Ook in Nederland komen uitspraken als bovenstaande nog wel eens voor. Wij vroegen onze lezers naar hun ervaringen en meningen over het werken met tolken in de GGZ. Hieronder volgt een korte inventarisatie van de antwoorden.

 

Een bescheiden 20 respondenten namen deel aan onze enquête. Driekwart van de deelnemers was psychiater of psychiater in opleiding, van wie 6 (32%) op een polikliniek werkte, 4 (21%) in een ziekenhuis en 4 (21%) in de forensische psychiatrie. Zestien respondenten (80%) werkten voornamelijk met volwassen patiënten. Respondenten antwoordden zeer verschillend op de vraag welk deel van hun patiëntenpopulatie het Nederlands niet als moedertaal had: 7 (35%) antwoordden dat dit gold voor meer dan de helft, terwijl dit bij 5 (25%) respondenten gold voor bijna niemand. Overige antwoorden zaten hier tussenin.

 

Zes respondenten (30%) gaf aan minder dan één keer per maand een tolk te gebruiken voor patiëntencontacten. De meest genoemde reden om geen tolk te gebruiken was dat dit te veel tijd kostte (n=7; 35%). Vier respondenten (21%) antwoordden dat er geen tolk beschikbaar was in de juiste taal, zeker als deze op een acuut moment of buiten kantoortijden nodig was. Daarnaast speelde bij 3 respondenten (16%) financiële redenen of de regels van de instelling waar men werkt een rol in het niet inschakelen van een tolk. Tenslotte noemden 2 respondenten (10%) dat de patiënt zelf geen tolk wilde of liever een familielid liet tolken. Alle respondenten wisten de route naar een tolk te vinden en niemand vond dat het de verantwoordelijkheid van de patiënt zelf was om zich verstaanbaar te maken.

 

Men gebruikte het vaakst een tolk in crisiscontacten of bij diagnostiekconsulten (beide n=16; 80%). Slechts één respondent gaf aan een tolk in te zetten tijdens intakes. Voor psychotherapie gebruikte 8 (40%) respondenten een tolk. Tenslotte werd gevraagd welke andere manieren van communicatie gebruikt werden, naast officiële tolken. Hierbij was naast familie (n=9; 53%) het inschakelen van een collega die de taal spreekt het meest populair (n=13; 77%). Ook Google Translate of andere vertaal-apps werden regelmatig gebruikt (n=8; 47%).  

 

Bespreking

Kijkend naar de antwoorden op deze enquête zijn er een aantal opvallende zaken te noemen. Allereerst is natuurlijk van belang dat dit een geenszins representatieve afspiegeling van het tolkgebruik in de GGZ is. Het aantal deelnemers was klein en de selectiebias van deze enquête zal groot zijn, waarbij vooral mensen die affiniteit hebben met het onderwerp de vragen zullen hebben ingevuld. Zo gaven een aantal respondenten aan op een afdeling te werken die specifiek gericht is op migranten en/of vluchtelingen en daardoor vrijwel dagelijks met tolken te werken.

 

De grootste barrière om een tolk te gebruiken was het tijdsaspect. Hierbij speelt mee dat het gesprek zelf meer tijd kost (door de tijd die de tolk nodig heeft om te vertalen), maar ook het bellen naar de tolkentelefoon en het zoeken naar een tolk was voor verschillende respondenten een reden om geen tolk in te schakelen. Aangezien het aantal beschikbare (medische) tolken in Nederland beperkt is en, onder andere door lage tarieven, lijkt te dalen (1), zal dit probleem in de komende jaren mogelijk verder toenemen.

 

Interessant is dat meerdere respondenten aangaven dat financiële overwegingen meespeelden in de beslissing geen tolk te gebruiken. Dit terwijl sinds 2022 het gebruik van een tolk in de GGZ vergoed wordt binnen het zorgprestatiemodel. Blijkbaar is deze vergoeding niet bij alle zorgverleners bekend of hebben sommige instellingen dit beleid nog niet voldoende geïmplementeerd. Goed om te noemen is overigens dat binnen andere medisch specialismen en in de huisartsenzorg het gebruik van een tolk niet door de zorgverzekeraar gedekt wordt (zie voor informatie over vergoedingen onder andere de website https://www.zoschakeltueentolkin.nl/).

 

Familielid als tolk?

Als men geen officiële tolk gebruikte, dan was het inschakelen van een informele tolk zoals een collega of familie van de patiënt voor de meeste respondenten van onze enquête een alternatief. Het gebruik van familieleden, hoewel vaak praktisch en snel geregeld, kan voor problemen zorgen. Denk daarbij aan het bespreken van gevoelige onderwerpen zoals in de psychiatrie nu eenmaal vaak het geval is. Het gebruik van (minderjarige) kinderen als tolk voor hun ouders is helemaal sterk af te raden, zoals de campagne ‘Dit is een kind, geen tolk’ van de Johannes Wierstichting benadrukt (2).

 

De volgende casus illustreert het belang hiervan: In 2003 vond een incident plaats waarbij een Marokkaanse vrouw een abortus onderging waarvoor zij achteraf gezien geen toestemming had gegeven. Er bleek miscommunicatie te zijn ontstaan door de taalbarrière tussen zorgverlener en patiënte, mogelijk omdat er gebruik was gemaakt van familieleden in plaats van een officiële tolk. Informele tolken zijn vaak familieleden of bekenden die de taal van de patiënt spreken. Echter zijn zij niet opgeleid als tolk en hebben zij vaak een persoonlijke relatie met de patiënt waardoor er bij zowel de informele tolk als de patiënt persoonlijke belangen kunnen spelen. Dit incident was aanleiding voor een onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg) waaruit de aanbeveling volgde dat bij het uitvoeren van een abortus altijd een officiële tolk geraadpleegd moet worden.

 

Richtlijnen

De ‘kwaliteitsnorm tolkgebruik bij anderstaligen in de zorg’ uit 2014 (KNMG, NVvP) geeft in een stroomschema weer in welke omstandigheden een zorgverlener een tolk moet inschakelen (3). Kortgezegd, en niet verrassend, is de conclusie van dit schema dat men gebruik moet maken van een tolk als patiënt en behandelaar onvoldoende met elkaar kunnen communiceren. Interessanter is de wettelijke basis van de beslissing om wel of geen tolk in te schakelen. De WGBO stelt dat een zorgverlener verplicht is de patiënt op duidelijke wijze informeren over de behandeling. Spreken behandelaar en patiënt niet dezelfde taal, dan is het dus niet mogelijk om een patiënt adequaat te informeren en moet er hulp van buitenaf ingeschakeld worden. Dit valt onder de zorgplicht van de zorgverlener.

 

Bij patiënten die letterlijk geen woord Engels of Nederlands spreken is de beslissing om een tolk in te schakelen doorgaans duidelijk. Zonder tolk is een effectief gesprek immers onmogelijk. Het wordt een uitdaging wanneer patiënten slechts ‘een beetje’ Nederlands spreken. Vooral als de tijd beperkt is, kan het verleidelijk zijn om te veronderstellen dat de patiënt je begrijpt wanneer ze op de juiste momenten ‘ja’, ‘nee’ of ‘is goed’ zeggen. Aan de andere kant van de spreekkamer kunnen patiënten zich evenzeer verleid voelen om begrip te veinzen. Dit kan te toe te schrijven zijn aan de wens van patiënt om de gevoelige onderwerpen van therapie niet met een extra persoon te bespreken. Het kan echter ook te wijten zijn aan de behoefte om geen problemen te veroorzaken, onwetendheid over de beschikbaarheid van tolken in de zorg, of simpelweg aan de gewoonte om gesprekken in het Nederlands net niet helemaal te begrijpen.

 

In een vakgebied waarin communicatie de sleutel is tot kennis en begrip, onderstreept deze inventariserende enquête de uitdagingen én het belang van het tijdig en passend inzetten van tolken om ook voor anderstalige patiënten tot goede zorg te komen.

 

Referenties

  1. Rijksoverheid. Tolken in de zorg – een overzicht van huidige inzet, financiering en knelpunten. https://open.overheid.nl/repository/ronl-9995daa4a75cf7c65a601562332f6db5a6c03d43/1/pdf/tolken-in-de-zorg-een-overzicht-van-huidige-inzet-financiering-en-knelpunten.pdf
  2. Tolken terug in de zorg, alstublieft. https://www.johannes-wier.nl/bijzondere-dossiers/tolken-in-de-zorg-en-sociaal-domein/
  1. Pharos, KNMP, KNOV, LHG, NHG, NIP, NPCF, NVvP. Kwaliteitsnorm tolkgebruik bij anderstaligen in de zorg. https://www.pharos.nl/wp-content/uploads/2019/03/kwaliteitsnorm_tolkgebruik-bij-anderstaligen-in-de-zorg.pdf

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!