Suïciderisico bij somatische ziekte

Unsplash - Levi XU

Elk jaar overlijden in Nederland ongeveer 1850 mensen aan suïcide. [1] Wereldwijd bedraagt dit aantal zo’n 700.000 mensen per jaar. [2] Zowel in Nederland als wereldwijd krijgt suïcidepreventie steeds meer aandacht en het begrijpen van verschillende risicofactoren is hierbij cruciaal. Psychiatrische stoornissen vormen een van de belangrijkste risicofactoren voor suïcide, maar ook somatische aandoeningen verhogen dit risico aanzienlijk. [3] Bovendien hebben mensen met een psychiatrische diagnose een grote kans op het ontwikkelen van somatische ziekten en is het dus goed voor te stellen dat mensen met somatische én psychiatrische ziekten een extra verhoogd suïciderisico hebben vergeleken met mensen met psychiatrische of somatische ziekten alleen.

 

De rol van somatische ziekten als risicofactor voor suïcide is echter nog onvoldoende begrepen. Vooral wat betreft specifieke risicogroepen (bijvoorbeeld ziektes met een slechte prognose, zoals Huntington, of ziektes waar stigma een rol speelt, zoals HIV [4]), multimorbiditeit en de invloed van psychiatrische stoornissen. In dit kader onderzochten Østergaard en collega’s (2024) de invloed van somatische ziekten op het suïciderisico. 


Doel van het onderzoek

Analyseren (1) van het suïciderisico bij diverse somatische aandoeningen, (2) van de invloed van somatische ziektelast en (3) of mensen met een psychiatrische voorgeschiedenis een groter suïciderisico hadden dan participanten met somatiek zonder psychiatrische voorgeschiedenis.


Hoe werd dit onderzocht

De auteurs voerden een algemene populatie cohortonderzoek uit, waarbij zij alle individuen die op een moment tussen 2000 en 2020 in Denemarken woonden includeerden. Voor alle data maakten zij gebruik van de bekende Deense Nationale registers. Zij gebruikten suïcides als primaire uitkomstmaat. De auteurs onderzochten de associatie met 31 somatische ziektes – verdeeld over 9 ziekte-categorieën: circulatoir, endocrinologisch, pulmonaal, gastro-intestinaal, urgogenitaal, musculoskeletaal, hematologisch, oncologisch en neurologisch.

 

Eerst berekenden de auteurs de incidentie van suïcide voor elke somatische ziekte en elke ziekte-categorie, uitgedrukt in incidence rate ratios (IRR’s). Vervolgens analyseerden zij specifiek de invloed van een vooraf gediagnosticeerde psychiatrische stoornis (vastgesteld vóór de somatische diagnose) op de IRR’s van somatische ziektes. Daarnaast berekenden zij de incidentie van suïcide in verschillende tijdsperiodes na de somatische diagnose om veranderingen van het suïciderisico over de tijd te bekijken. Om de associatie met multimorbiditeit te berekenen, kwantificeerden de auteurs de ziektelast met behulp van een disability burden score, waarbij zij gebruik maakten van standaardmaten voor ziektelast uit de Global Burden of Disease Study. 

Belangrijkste resultaten

De studiepopulatie bestond uit 6.635.857 individuen, waarvan 50,3% vrouw. In de onderzoeksperiode vonden 12.876 suïcides plaats.

 

Alle somatische ziekte-categorieën, behalve endocriene aandoeningen, waren geassocieerd met een significant verhoogd suïciderisico. Het suïciderisico was het hoogst in de eerste zes maanden na diagnose. De grootste associaties waren met gastro-intestinale aandoeningen (IRR 1.7; 95% CI, 1.5-1.8), oncologische aandoeningen (IRR 1.5; 95% CI, 1.4-1.6) en hematologische aandoeningen (IRR 1.5; 95% CI, 1.3-1.6). Qua specifieke ziektes hadden HIV/AIDS (IRR ± 2,5) en chronische leverziekte (IRR > 3) verreweg het grootste risico. De IRR’s van bijna alle somatische ziekten vertoonden geen duidelijke verandering met de aan- of afwezigheid van pre-existente psychiatrische stoornissen.

 

Tot slot bleek bij individuen zonder psychiatrische voorgeschiedenis dat een hogere disability burden score over het algemeen samenhing met een hoger suïciderisico. Bij individuen met een comorbide psychiatrische diagnose bestond die relatie niet. Het algehele suïciderisico lag in die groep überhaupt veel hoger, en variaties in de somatische ziektelast speelden daarin geen duidelijke rol.

 

Relevantie voor de klinische praktijk

Dit onderzoek toont dat somatische aandoeningen over het algemeen, vooral in de eerste zes maanden na diagnose, geassocieerd zijn met een verhoogd suïciderisico. In afwezigheid van comorbide psychiatrische problematiek neemt het suïciderisico bovendien toe met de ziektelast. 

 

Deze resultaten benadrukken de noodzaak om aandacht te besteden aan suïcidepreventie binnen de somatische gezondheidszorg. Suïcidepreventie is niet uitsluitend in de psychiatrie een relevant thema. Dit kan bijvoorbeeld door hoog-risico groepen, zoals patiënten met HIV/AIDS of chronische leveraandoeningen, te identificeren. Het is daarbij opvallend dat diabetes in dit onderzoek niet is geassocieerd met een verhoogd suïciderisico, terwijl eerdere onderzoeken diabetes wel als een hoog-risico aandoening hebben genoemd. [4] Hoog-risico groepen zouden systematisch gescreend kunnen worden op suïcide gedachten, of de psychiatrie zou nauwer betrokken kunnen worden in de follow-up en behandeling van deze patiëntgroepen. Daarnaast kan suïcidaliteit op verschillende manieren bespreekbaar worden gemaakt binnen de somatische gezondheidszorg. Bijvoorbeeld door spreken over suïcidaliteit op te nemen in het onderwijs voor somatische clinici.

 

De resultaten zullen de individuele klinische besluitvorming niet direct beïnvloeden. Natuurlijk is het belangrijk om somatische ziektes mee te wegen als risicofactor bij suïcidaliteitsbeoordelingen. Desondanks draagt dit onderzoek niet bij aan de predictie van suïcide in individuele gevallen. Suïcide is een zeer laag-prevalent fenomeen dat niet of nauwelijks te voorspellen is, ook niet in de psychiatrie. [5, 6]

 

Bovendien biedt dit onderzoek weinig inzicht in de mogelijke verklaringen voor het verband tussen somatische ziekten en suïcide. Mogelijke causale factoren zijn chronische pijn, functieverlies en stigma. [4] En alhoewel de auteurs hebben gecorrigeerd voor belangrijke confounders zegt dit nog niets over de mogelijke causaliteit van deze associaties. Meer inzicht in relevante causale factoren die dit verhoogde risico verklaren is cruciaal voor effectieve suïcidepreventie, want een preventieve interventie zal natuurlijk niet effectief zijn als het niet aangrijpt op een causale risicofactor.

 

Een belangrijke beperking van dit onderzoek is dat informatie van huisartsen ontbreekt in de Deense nationale registers, waardoor zowel somatische als psychiatrische problematiek mogelijk gemist is. Dit geeft risico op selectiebias doordat dan alleen de “ernstigere” gevallen die bij de medisch specialist terechtkomen werden meegenomen in dit onderzoek. Bovendien zouden suïcidepreventieve interventies juist goed in de huisartspraktijk kunnen plaatsvinden. Daarnaast gebruikten de auteurs suïcides als uitkomstmaat, terwijl het ook interessant zou zijn om te kijken naar alle suïcidepogingen, aangezien deze vaker voorkomen en inzicht hierin relevant kan zijn voor suïcidepreventie.

 

Door het suïciderisico bij somatische aandoeningen te analyseren, laat dit onderzoek zien dat suïcidaliteit niet alleen een psychiatrisch thema is. Suïcidepreventie vereist daarom een geïntegreerde aanpak die zowel lichamelijke als geestelijke gezondheidszorg omvat. 

 

Besproken artikel

Østergaard SD, Momen NC, Heide-Jørgensen U, Plana-Ripoll O. Risk of Suicide Across Medical Conditions and the Role of Prior Mental Disorder. JAMA Psychiatry. 2024 Sep 4:e242561. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2024.2561.

 

Referenties

1. 113. Cijfers zelfdoding in Nederland. https://www.113.nl/cijfers-zelfdoding/. Geraadpleegd 9 september 2024. 

2. WHO. Suicide fact sheet. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/suicide. Geraadpleegd 9 september 2024.

3. Favril L, Yu R, Uyar A, Sharpe M, Fazel S. Risk factors for suicide in adults: systematic review and meta-analysis of psychological autopsy studies. Evid Based Ment Health. 2022 Nov;25(4):148-155. doi: 10.1136/ebmental-2022-300549.

4. Pompili, Maurizio, et al. “The association between physical illness/medical conditions and suicide risk.” The international handbook of suicide prevention (2016): 133-148.

5. Carter G, Milner A, McGill K, Pirkis J, Kapur N, Spittal MJ. Predicting suicidal behaviours using clinical instruments: systematic review and meta-analysis of positive predictive values for risk scales. Br J Psychiatry. 2017 Jun;210(6):387-395. doi: 10.1192/bjp.bp.116.182717.

6. https://dejongepsychiater.nl/onderzoek/psychiatrie-vd-toekomst/pvdt-juni-2023/

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!