Deze column verscheen eerder in De Psychiater van 12 september 2024. In deze rubriek pakken redactieleden en alumni van De Jonge Psychiater om beurten de pen op om hun persoonlijke visie op de psychiatrie te ontvouwen. Deze keer is dat Lilian Kuipers, manager behandelzaken en stageopleider bij Inforsa, waar ze ook al psychiater werkt binnen de forensisch-psychiatrische kliniek, onder andere op de tbs-afdelingen.
‘Mevrouw Jacobs wil je spreken!‘ Verrast door dit verzoek vraag ik de groepsleiding hoe het met haar gaat. ‘Goed hoor! Ze wil het liefst ook een stukje met je wandelen straks!’. Mevrouw Jacobs en ik hebben sinds een week weer een beetje contact: ze schonk me een kleine glimlach, gevolgd door een timide zwaai toen ze me zag zitten in het kantoor. In voorgaande weken wilde ze echter niets van me weten en weigerde ze ieder gesprek. Volgens haar was mijn terugkeer naar de kliniek een duivels plan om haar te vermoorden door bij haar de ECT-behandeling op te starten die ze nu sinds drie weken krijgt.
Mevrouw Jacobs verblijft al jaren in de tbs-kliniek. Ondanks diverse behandelpogingen met hoge doseringen medicatie bleef ze psychotisch: stemmen van familieleden schreeuwden continu opdrachten in haar hoofd. Uit angst voor medepatienten blokkeerde ze’s nachts haar kamerdeur met een stapel boeken en al het eten werd door haar gecontroleerd op geur, kleur en herkomst, of geweigerd uit angst om vergiftigd te worden.
Jaren geleden had ze een eigen woning aan de rand van de stad; weinig buren en veel rust. Mevrouw Jacobs was weliswaar psychotisch maar wist zich met behulp van het FACT-team redelijk te redden. Tijdens haar dagbesteding ging het echter op een dag gruwelijk mis; ze stak een medepatiënt omdat ze dacht dat deze haar zou vermoorden. De medepatiënt overleefde het ternauwernood. Sindsdien is de bewegingsruimte van mevrouw Jacobs beperkt tot de kliniek en, kortstondig, tot een beperkte straal daarbuiten. Het opgestarte verlof moest vanwege een te hoog risico op geweld naar anderen worden gestaakt.
’s Middags wandelen we samen door de binnentuin. Het is rustig en mevrouw Jacobs lijkt zich op haar gemak te voelen. Ze vertelt met zachte stem over de films die ze keek deze week en de tekeningen die ze maakte. Plots vraagt ze me even mee te gaan naar de frisdrankautomaat. Ze is een liefhebber van Cola, zo weet ik. Gedecideerd werpt ze een aantal muntjes in de automat. Het koude blikje Cola dat eruit rolt, geeft ze onverwacht aan mij: ‘Hier, dit is voor jou!‘ Ik kijk haar vragend aan. ‘Ik wil je graag bedanken, Lilian. Het is zo rustig in mijn hoofd. Je hebt me beter gemaakt!‘.
‘Archaïsch en angstaanjagend, en toch je leven terug’
ECT (elektroconvulsietherapie) staat te boek als archaïsch en angst- aanjagend en het is moeilijk om over ECT te praten zonder de schaduw van films zoals One Flew Over the Cuckoo’s Nest te omzeilen. Hollywood heeft zijn aandeel geleverd aan de verspreiding van het stigma. leder jaar, als de American Psychiatric Association haar jaarlijkse bijeenkomst houdt, verzamelen tientallen demonstranten zich voor de deur om te protesteren tegen ECT. Volgens hen een barbaarse, inhumane praktijk, een overblijfsel uit een tijdperk van medische dwalingen. En hoewel de behandeling door de jaren heen is geëvolueerd, verfijnd en wetenschappelijk onderzocht, blijft het stigma hardnekkig bestaan.
Dit stigma leeft niet alleen in de maatschappij en bij patiënten, ook professionals in de ggz hoor ik geregeld zeggen: ‘ECT, nee daar beginnen wij niet aan, dat veroorzaakt veel te veel schade.’ De praktijk en recente onderzoeken wijzen uit dat ECT voor veel patiënten een uitkomst kan zijn en dat geldt zeker voor de groep patiënten met een therapieresistente psychose, zoals mevrouw Jacobs, die nu een ander toekomstperspectief heeft en weer op verlof gaat. Haar bewegingsruimte is verruimd evenals haar toekomstperspectief. Mevrouw Jacobs zei het vorige week zelf nog tegen me: ‘Ik heb mijn leven eindelijk weer terug!‘.





