Waarom dit onderzoek?
Dakloosheid is over de afgelopen jaren toegenomen. In Nederland zijn er volgens recente cijfers naar schatting 33.000 mensen dakloos. [1] Dakloze mensen hebben vaker een psychiatrische aandoening dan de rest van de bevolking. De meta-analyse onderzocht wereldwijd en op grote schaal de prevalentie van psychiatrische ziekten onder daklozen. De resultaten hebben de potentie om psychiaters aan te sporen om dakloze patiënten met psychiatrische aandoeningen vanuit een contextueel perspectief te behandelen.
Onderzoeksvraag
Wat is de prevalentie van psychiatrische aandoeningen onder mensen die dakloos zijn, en welke factoren hangen hiermee samen?
Hoe werd dit onderzocht?
Door middel van een systematische review werd in verschillende databases gezocht naar studies die de prevalentie van psychiatrische ziekten onder daklozen onderzochten. Er werd een random-effects meta-analyse uitgevoerd om de prevalentie over alle studies te berekenen. Risico op bias werd onderzocht door middel van de Newcastle-Ottawa Scale voor cohort en cross-sectionele studies.
Belangrijkste resultaten
In totaal waren 85 studies met 48.414 deelnemers geïncludeerd in de analyse, waarvan 11.154 vrouw waren. De meeste studies zijn uitgevoerd in de Verenigde Staten (N=36), Canada (N=8) en Duitsland (N=7). De huidige en levensduurprevalentie van psychiatrische ziekten onder daklozen was 67% (95% CI, 55-77) en 77% (95% CI, 61-88), respectievelijk. Opvallend was dat mannen een significant hogere levenslange prevalentie voor psychiatrische ziekten hadden vergeleken met vrouwen (85% vs. 69%). Meest frequent voorkomende psychiatrische ziekten waren middelenmisbruik (44%), antisociale persoonlijkheidsstoornis (26%), depressie (19%), stemmingsstoornissen (inclusief bipolaire stoornissen: 18%), schizofrenie/psychose in bredere zin (8-14%) en post-traumatische stress stoornis (11%). Betreft het risico op bias hadden de meeste studies hoge percentages van deelnemers die de vragenlijst niet hebben beantwoord (2% – 64%) en werden niet gevalideerde metingen gebruikt voor het bepalen van dakloosheid. Echter werden enkel studies geïncludeerd die middels gevalideerde methoden een psychiatrische diagnose bij de deelnemers hadden gesteld.
Hoe zal dit onderzoek ons vak veranderen?
De meta-analyse laat zien dat psychiatrische ziekten veel vaker voorkomen bij dakloze mensen, vergeleken met de rest van de bevolking. De cijfers zijn confronterend: psychiatrische aandoeningen zijn eerder regel dan uitzondering bij mensen die dakloos zijn.
Hoewel de meta-analyse belangrijke cijfers levert over de prevalentie van een scala aan psychiatrische ziekten bij daklozen, heeft het onderzoek ook een aantal limitaties. Zo zijn geen analyses gedaan naar de prevalentie van verstandelijke beperkingen bij daklozen. Dit terwijl in Nederland bijna 30 % van dakloze mensen vermoedelijk een verstandelijke beperking heeft, vergeleken met 0.7% in de algemene bevolking [2]. Erkenning van deze groep kan bijdragen aan ontwikkeling van gepersonaliseerde benaderingen waarbij rekening wordt gehouden met voorkeuren en behoeften van mensen met een verstandelijke beperking, zoals woonondersteuning op afspraak in plaats van ad hoc hulp [2]. Het hebben van onvervulde zorgbehoeften is immers een negatieve voorspellende factor voor het behouden van woonstabiliteit [3].
Verder is er sprake van risico op bias, gezien de aanzienlijke heterogeniteit. Een belangrijk methodologisch probleem dat hier mogelijk aan bijdraagt is het gebruik van niet-gevalideerde metingen van dakloosheid, mogelijk doordat er geen consensus bestaat over de definitie van dakloos zijn [4]. Dit gebrek aan eenduidigheid maakt het moeilijk om de resultaten tussen studies te vergelijken en de werkelijke omvang van het probleem in kaart te brengen. Bovendien vangen meetmethoden zoals tellingen op een specifiek moment of administratieve registraties slechts een deel van de realiteit, waarbij ‘verborgen’ dakloosheid en ongedocumenteerde migranten buiten beeld kunnen blijven. Hierdoor ontstaat het risico dat de psychische kwetsbaarheid van juist de meest gemarginaliseerde mensen onderschat wordt. Valide en betrouwbare metingen van dakloosheid lijken op het eerste oog methodologisch lastig, maar zijn cruciaal om de relatie met psychiatrische stoornissen beter in kaart te brengen.
Een ander punt in het kader van risico op bias is de afwezigheid voor correctie voor relevante confounders, zoals sociaaleconomische status, traumatische ervaringen en een beperkt sociaal vangnet [5].
Daarnaast ontbreekt een analyse naar de richting van het effect. Het blijft onduidelijk of psychische stoornissen leiden tot dakloosheid, of dat dakloosheid juist psychische kwetsbaarheid vergroot. Er bestaat uiteraard ook een reële kans dat er sprake is van een relatie in beide richtingen. De onderzoekers zijn zich hier echter bewust van en beschrijven dit ook in hun discussie. Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op longitudinale studies met inclusie van de meest gemarginaliseerde groepen zoals ongedocumenteerde migranten, aandacht voor verstandelijke beperkingen bij daklozen en onderzoek naar de richting van de relatie tussen dakloosheid en psychiatrisch lijden.
Zoals het Housing First-rapport laat zien, lijkt het aanbieden van huisvesting in combinatie met maatschappelijke ondersteuning en behandeling van ernstige psychiatrische aandoeningen een duurzame oplossing voor het verminderen van dakloosheid. Het Housing First Europe-project biedt dak- en thuislozen direct toegang tot een eigen woning, in combinatie met flexibele en laagdrempelige ondersteuning, ongeacht hun bereidheid tot behandeling of herstel [6]. Een geïntegreerde aanpak waarbij woonruimte wordt aangeboden en gekoppeld aan begeleiding, wordt op kleine schaal toegepast in Amsterdam via Discus, onderdeel van HVO-Querido [7]. Fundamenteel aan deze aanpak is dat de begeleiding zich richt op het behouden van de woning. Deze stabiliteit stelt cliënten in de gelegenheid om te werken aan psychisch herstel, persoonlijke doelen en maatschappelijke participatie. Soortgelijke Housing First-programma’s, onder andere bij onze Scandinavische buren, laten niet alleen verbetering zien van de mentale gezondheid, maar ook in de kwaliteit van leven en financiële zekerheid [6]. Dit principe staat in contrast met traditionele modellen, waarbij psychiatrische patiënten eerst hersteld moeten zijn voordat ze een huis krijgen, zoals wel eens ‘woonklaar’ wordt genoemd.
Het Housing First-principe lijkt niet alleen een effectievere, maar ook een humanere benadering van dak- en thuislozen. Politiek gezien vraagt dit om aanpassingen op beleidsniveau: van symptoombestrijding richting structurele investeringen in huisvesting en (psychiatrische) zorg.
Zo is het recente besluit in Amsterdam om te stoppen met het beboeten van mensen die buiten slapen een stap in een meer menswaardige benadering van dak- en thuislozen [8].
Het uitgangspunt van psychiatrische zorg aan daklozen zou wellicht als volgt moeten luiden: een thuis als fundament, gepaard gaand met begeleiding en psychiatrische behandeling gericht op een duurzaam herstel op de lange termijn.
Besproken artikel
Referenties
- 33 duizend mensen dakloos begin 2024 | CBS
- IVO-2015-Dakloze-mensen-in-de-vier-grote-steden-veranderingen-in-25-jaar-eindrapportage-Coda-G4-compressed.pdf
- Dutch homeless people 2.5 years after shelter admission: what are predictors of housing stability and housing satisfaction? – PubMed
- Understanding and Tackling the Complex Challenges of Homelessness and Health – PMC
- Analyzing the impact of social factors on homelessness: a Fuzzy Cognitive Map approach – PMC
- Sociale kaart Nederland | HVO-Querido – Discus
- Amsterdam stopt met boetes voor dak- en thuislozen die buiten slapen





